Home

Wijzigingen aan de gerechtelijke reorganisatieprocedure


Ten gevolge van de COVID-19 crisis kampt een groot aantal ondernemingen met financiële problemen. De eerste poging van de wetgever, de faillissementsstop of moratorium, bood geen structurele oplossing voor deze ondernemingen. Via de wijziging van de insolventiewetgeving van 21 maart 2021 tracht de wetgever de gerechtelijke reorganisatieprocedure toegankelijker te maken door (i) een lagere drempel voor het openen van de procedure te voorzien, (ii) de schuldenaar zich discreet te laten voorbereiden op de procedure onder toezicht van een gerechtsmandataris, (iii) een flexibelere aanwijzing van een gerechtsmandataris te voorzien en (iv) een fiscale vrijstelling te voorzien voor schuldeisers die kortingen toestaan.

1.    Overzicht van de wijzigingen

Bij het verstrijken van het tweede moratorium op 31 januari 2021, werd door de Belgische wetgever aangekondigd dat zij de ondernemingen in moeilijkheden via nieuwe wetgeving verder gaan ondersteunen. In deze overgangsperiode werd een mildere houding aangenomen ten aanzien van de schuldenaars.
Op 11 maart 2021 werd in het parlement een nieuwe wet aangenomen tot wijziging van de bestaande insolventiewetgeving, die momenteel is opgenomen in Boek XX van het Wetboek Economisch Recht.

Hieronder een overzicht van de wijzigingen:
•    De drempel om een procedure voor gerechtelijke reorganisatie te openen, is verlaagd;
•    De onderneming in moeilijkheden kan zich discreet voorbereiden op de gerechtelijke reorganisatieprocedure onder toezicht van een gerechtsmandataris door een voorbereidend akkoord sluiten met één of meerde schuldeisers; 
•    De onderneming in moeilijkheden kan nu ook de aanstelling van gerechtsmandataris vragen. Niet alleen in het geval van grove fouten, maar in specifieke omstandigheden waar de onderneming niet langer naar behoren kan worden bestuurd;
•    Een fiscale gelijkstelling voor afschrijvingen en voorzieningen ten opzichte van schuldeisers, ongeacht de soort insolventieprocedure.

2.    Wat betekenen deze wijzigingen voor u?

In de eerste plaats is de toegang tot de gerechtelijke reorganisatie versoepeld. Om deze procedure te openen vereist de oude wetgeving dat u op het moment van de aanvraag een aantal documenten beschikbaar stelt, zoals bijvoorbeeld twee recente jaarrekeningen, resultatenrekening die maximum drie maanden oud is, etc. Onder de oude wetgeving was uw aanvraag nietig indien één van deze documenten ontbrak. Dit is nu niet meer het geval. 

Voor bepaalde documenten (bv. de boekhoudkundige staat) wordt nu aanvaard dat zij ten laatste twee dagen voor de zitting waarop de rechter oordeelt over de opening van de procedure gerechtelijke reorganisatie, moeten worden ge-upload in RegSol (digitaal register voor insolventiedossiers). Zelfs indien u dat niet lukt, dan kan u een document toevoegen waarin u de redenen uitlegt waarom de documenten niet bezorgd konden worden. 

U zal de procedure dus reeds kunnen aanvragen voordat u over alle documenten beschikt en zo sneller van de bescherming genieten.
Opgelet, deze versoepeling houdt niet in dat de slaagkansen van de procedure worden vergroot. De rechter zal nog steeds soeverein oordelen over de haalbaarheid van het plan.

Ten tweede voorziet de nieuwe wetgeving in de mogelijkheid voor ondernemingen in moeilijkheden om, met bijstand van een gerechtsmandataris een voorbereidend akkoord (afbetalingsplan) af te sluiten met enkele of alle schuldeisers. Indien u een minnelijk/collectief akkoord bereikt, wordt kort nadien de reorganisatieprocedure geopend waarbij de rechter het akkoord bindend verklaart.

Deze nieuwe procedure heeft tot voordeel dat ze discreet plaatsvindt en dat u dus aan mogelijks slechte publiciteit ontsnapt gelet op het feit dat er direct na de publicatie in het Belgisch Staatsblad al een oplossing voorhanden is.

Nogmaals opgelet, het voorbereidend akkoord dat nog niet door de rechter werd bevestigd, zal u niet beschermen tegen schuldeisers die niet betrokken zijn bij het akkoord. Schuldeisers kunnen dus nog steeds hun onbetaalde facturen proberen invorderen of dagvaarden in faillissement. De wetgever voorziet daarom dat de aangestelde gerechtsmandataris aan de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank kan vragen om m.b.t. bepaalde schuldeisers “voorwaarden en termijnen” te vragen bv. een verbod op dagvaarden in faillissement of tenuitvoerlegging van een beslag.

Ten slotte voorziet de wetswijziging in een fiscale vrijstelling voor schuldeisers die kortingen toestaan op vorderingen op hun schuldenaar in gerechtelijke reorganisatie. Deze kortingen kwalificeren boekhoudkundig als ‘waardeverminderingen en voorzieningen’. Deze vrijstelling is van toepassing ongeacht het type insolventieprocedure, met inbegrip van het buitengerechtelijk minnelijk akkoord.

Door schuldeisers te wijzen op deze vrijstelling, zullen zij sneller geneigd zijn hun vordering te laten inkorten waardoor de kans op slagen van de reorganisatieprocedure vergroot.

De meeste van bovenstaande bepalingen zijn slechts van toepassing tot 30 juni 2021, tenzij deze worden verlengd. Het is de intentie van de wetgever om de nieuwe wetgeving aan te passen aan de eerste ervaringen uit de praktijk.

Indien u over bovenstaande vragen heeft of overweegt om een gerechtelijke reorganisatieprocedure op te starten, is ons ervaren team van insolventiespecialisten steeds bereid om u hierover te informeren of hierbij te begeleiden.
 

Meer door auteur(s)   Follow us at LinkedIn Meer over onderwerp(en)   Follow us at LinkedIn

Schrijf u in voor ons nieuws